Leen jij geld uit aan een overheid of bedrijf, dan ontvang je daar rente over en krijg je je geld op een afgesproken datum terug. Dat is precies hoe obligaties werken. Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs: de uitgever leent geld van jou, en jij ontvangt daarvoor een vergoeding. Begrijpen hoe obligaties werken helpt je om betere keuzes te maken als belegger.
Wat is een obligatie precies?
Een obligatie is een lening die is opgesplitst in kleine stukjes. Een overheid of bedrijf heeft geld nodig en geeft daarom obligaties uit. Als belegger koop jij zo’n obligatie en word je daarmee een schuldeiser. Je leent het geld uit, en de uitgever belooft het terug te betalen.
Obligaties staan bij de uitgevende partij op de balans als vreemd vermogen. Dat betekent dat obligatiehouders voorrang hebben boven aandeelhouders als een bedrijf in de problemen komt. Dat maakt obligaties over het algemeen minder risicovol dan aandelen, al is er nooit een garantie.
De drie onderdelen van een obligatie
Elke obligatie heeft drie belangrijke onderdelen die bepalen wat jij verdient en wanneer je je geld terugkrijgt.
- De nominale waarde: dit is het bedrag dat de uitgever aan jou terugbetaalt op de einddatum. Dit noem je ook wel de aflossingswaarde of “a pari”.
- De coupon: dit is de rente die je periodiek ontvangt, vaak één keer per jaar. De coupon kan vast of variabel zijn. Bij een vaste coupon weet je vooraf precies hoeveel rente je krijgt.
- De vervaldatum: op deze datum krijg je de nominale waarde terug. De looptijd van een obligatie kan variëren van een paar jaar tot soms wel tientallen jaren.
Staatsobligaties en bedrijfsobligaties
Er zijn twee grote groepen obligaties die je als belegger tegenkomt.
Staatsobligaties worden uitgegeven door overheden. Denk aan de Nederlandse staat of de Duitse overheid. Omdat overheden zelden failliet gaan, gelden staatsobligaties van stabiele landen als relatief veilig. De rente die je ontvangt is daardoor meestal lager dan bij bedrijfsobligaties.
Bedrijfsobligaties worden uitgegeven door bedrijven. Zij betalen over het algemeen een hogere rente, omdat het risico groter is. Een bedrijf kan immers in financiële problemen komen. Hoe groter het risico, hoe hoger de rente die een bedrijf moet bieden om beleggers aan te trekken.
Hoe werken obligaties op de markt?
Na de uitgifte kun je een obligatie ook verhandelen op de secundaire markt, net als aandelen. De prijs van een obligatie op deze markt verandert voortdurend en is niet altijd gelijk aan de nominale waarde.
De marktprijs van een obligatie heeft een sterke samenhang met de rente. Stijgt de marktrente, dan daalt de prijs van bestaande obligaties. Dat komt omdat nieuwe obligaties dan meer rente bieden, waardoor jouw oudere obligatie minder aantrekkelijk wordt. Daalt de marktrente, dan stijgt juist de prijs van bestaande obligaties.
Koop je een obligatie op de secundaire markt boven de nominale waarde, dan noem je dat “boven pari”. Koop je hem eronder, dan is dat “onder pari”. Op de vervaldatum krijg je altijd de nominale waarde terug, niet de prijs die je betaalde op de markt.
Wat verdien je met obligaties?
Je rendement als obligatiehouder bestaat uit twee delen. Ten eerste de coupon, de rente die je regelmatig ontvangt. Ten tweede een koerswinst of koersverlies als je de obligatie verkoopt voor een andere prijs dan je betaalde.
Als je een obligatie koopt onder de nominale waarde en aanhoudt tot de vervaldatum, verdien je bij aflossing extra. Het totale rendement inclusief dit verschil heet het effectief rendement of yield. Dit is een handige maatstaf om obligaties met elkaar te vergelijken.
Zo koop je obligaties
Obligaties koop je via een broker of via je bank. Veel online brokers bieden toegang tot zowel staats- als bedrijfsobligaties. Let bij de aankoop op het volgende:
- Bekijk de couponrente en vergelijk die met de huidige marktrente.
- Check de vervaldatum en bedenk hoe lang je het geld wilt missen.
- Kijk naar de kredietwaardigheid van de uitgever. Ratingbureaus geven hier een beoordeling over, zoals AAA voor de veiligste uitgevers.
- Let op de aankoopprijs: koop je boven of onder de nominale waarde?
- Overweeg obligatiefondsen als je wilt spreiden zonder individuele obligaties te kiezen.
Obligaties als onderdeel van je portefeuille
Beleggers gebruiken obligaties vaak om risico te spreiden. Aandelen kunnen hard stijgen, maar ook flink dalen. Obligaties bewegen minder heftig en zorgen voor een stabielere inkomstenstroom door de regelmatige couponbetalingen. Hoe meer zekerheid je wilt, hoe groter het deel van je portefeuille dat je in obligaties kunt aanbrengen. Jongere beleggers met een lange horizon kiezen vaker voor meer aandelen, terwijl beleggers dichter bij hun pensioen vaker meer obligaties aanhouden.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een obligatie en een aandeel?
Een obligatie is een lening: je leent geld uit aan een bedrijf of overheid en ontvangt daarvoor rente. Een aandeel is een eigendomsbewijs: je wordt mede-eigenaar van een bedrijf en deelt mee in de winst of het verlies. Obligatiehouders hebben bij een faillissement voorrang op aandeelhouders.
Wat betekent de coupon bij een obligatie?
De coupon is de rente die je als obligatiehouder periodiek ontvangt van de uitgever. Deze rente staat vast als percentage van de nominale waarde, tenzij het om een variabele rente gaat. Bij een obligatie met een nominale waarde van 1.000 euro en een coupon van 3% ontvang je elk jaar 30 euro rente.
Kun je een obligatie ook eerder verkopen?
Ja, de meeste obligaties zijn verhandelbaar op de secundaire markt. Je kunt ze dus verkopen voor de vervaldatum. De prijs die je dan krijgt, hangt af van de marktrente en de vraag op dat moment. Je kunt daardoor meer of minder ontvangen dan je oorspronkelijk betaalde.
Wat is het risico van beleggen in obligaties?
Het grootste risico is dat de uitgever niet meer kan terugbetalen. Dit heet kredietrisico of faillissementsrisico. Daarnaast is er renterisico: stijgt de marktrente, dan daalt de waarde van jouw obligatie op de markt. Bij staatsobligaties van stabiele landen is het risico laag, bij obligaties van kleinere bedrijven een stuk groter.




